historie

 

Het station te Uithoorn, gebouwd in 1911, is noordwest/zuidoost georiënteerd.
Ten noordwesten van het hoofdgebouw staat een losstaand toiletgebouwtje.
De gebouwen liggen op een iets verhoogd, anno 1900 braakliggend terrein, waarop aan de overkant van het voormalig emplacement nog een uit 1937 daterende plaatijzeren loods voor locomotoren staat.

Uithoorn ligt langs een van de voormalige Haarlemmermeer-lijnen, aangelegd tussen 1900 en 1915 door de Hollandsche Electrische Spoorweg-maatschappij (HESM).
Reeds in december 1898 werd door de HESM aan de gemeente Uithoorn subsidie gevraagd voor de aanleg van een stoomtramlijn, die zou gaan lopen van Aalsmeer naar Nieuwersluis en van Bovenkerk naar Alphen aan de Rijn.
Voor Uithoorn kwamen deze lijnen samen om gebruik te maken van een draaibrug over de Amstel.

Aanleg van de spoorlijnen leek gewenst, omdat door de drooglegging van de plassen de waterwegen onbruikbaar werden voor vaartuigen met een grote tonmaat. Het vervoer moest dus geschieden met kleinere schepen of met wagens, wat veel tijd en energie vergde.
De slechte vervoersmogelijkheden belemmerden het verkeer van personen en produkten. Om het gebied te doen ontwikkelen was het noodzakelijk het door snellere en goedkopere verbindingen open te leggen.

In 1907 werden percelen onteigend ten behoeve van de aanleg van de spoorlijnen, waarbij zoveel mogelijk rekening werd gehouden met de kavelrichting van de doorsneden polders.
In opdracht van de HESM werd een stationsgebouw ontworpen, dat op diverse plaatsen in de omgeving werd uitgevoerd, met dien verstande dat het basisontwerp (Oude Wetering, Leimuiden, Amstelveen, Aarlanderveen, Nieuw-Vennep) op enkele stations werd uitgebreid met een wachtkamer IIIe klas: Roelof Arendsveen, Mijdrecht en Uithoorn.

De architect van het ontwerp wordt niet vermeld, maar moet (uit de omgeving) van Berlage komen.
Het station lijk qua hoofdvorm geïnspireerd te zijn op het, op de lokale plattelandsarchitectuur geënte type Engelse villa van onder andere Voysey zoals Berlage bijvoorbeeld in 1893 voor Frederik van Eeden te Bussum bouwde, met eveneens een hoge opstand en een uitstekend risaliet onder een zadeldak loodrecht op de rechthoekige plattegrond geplaatst.

Het uiterlijk weerspiegelt de indeling van de ruimte in het gebouw. De achter-/perrongevel (oost) bestaat van links (zuid) naar rechts (noord) uit vier bouwelementen: de wachtkamer IIIe klasse, de wachtkamer IIe klasse (boven deze vroegere toegang bevindt zich een tegeltableau in art-nouveau stijl met de plaatsaanduiding "Uithoorn"), de vroegere kantoorruimte en het bagagedepot.
Het interieur is nog vrijwel geheel intakt, zowel wat betreft de indeling van plattegrond als de aanwezigheid van loketten, lambrizering, etc.

De opbouw en expansie van het spoorwegennet vond plaats tussen 1860 en 1914.
In 1935 reeds werd een gedeelte van de Haarlemmermeerlijnen opgeheven omdat de exploitatie onrendabel was. Te Uithoorn werd het personenvervoer in 1950, het goederenvervoer daarentegen pas in 1987 gestaakt.
Zonder de aanleg van spoorwegverbindingen zou er echter nauwelijks sprake hebben kunnen zijn van industrialisatie c.q. verstedelijking. De lijnen zijn getuigenissen van de sociaal-economische geschiedenis van dit gebied, waarbij het stationsgebouw een dokument is van de ontwikkelingen in de architectuur en de civiele techniek vanaf de 2e helft van de 19e eeuw.

Bron: Monumentenzorg Noord-Holland